top of page

Waarom liefde soms niet genoeg is: hoe familiesystemen je relatie beïnvloeden

Als twee mensen elkaar ontmoeten, ontmoeten ook twee familiesystemen elkaar. Je neemt meer mee dan je denkt: patronen, overtuigingen, manieren van hechten en manieren van overleven. Veel relatieproblemen ontstaan niet door gebrek aan liefde, maar doordat deze systemen botsen zonder dat iemand doorheeft wat er eigenlijk gebeurt.


De moeder van mijn kinderen en ik kwamen uit twee totaal verschillende achtergronden. Ik groeide op in een stabiel gezin waar liefde en structuur normaal waren. Zij moest al op jonge leeftijd veel zelf doen omdat haar vader uit beeld was en haar moeder hard werkte. Twee werelden, twee manieren van kijken, twee verschillende fundamenten.


Jarenlang zagen we dit verschil niet. Ik dacht dat ik vanuit liefde kon laten zien hoe een warm gezin eruit moest zien, maar zonder dat ik het doorhad, zette ik mezelf daarmee boven haar. Alsof mijn manier de juiste was. En precies daar verlies je elkaar. Wanneer je boven de ander gaat staan, verdwijnt de gelijkwaardigheid en raak je uit verbinding. Dan blijft er geen echte liefdesrelatie over, maar een praktische samenwerking waarin de diepgang langzaam verdwijnt.


Door familieopstellingen ontdekte ik waar dit patroon bij mij begon en waarom ik het meenam mijn relatie in. Het gaf rust, maar vooral inzicht: het gaat nooit alleen om jou en nooit alleen om de ander. Het gaat om het gezamenlijke veld waarin twee systemen elkaar ontmoeten. Dat besef maakte veel zachter.


In mijn huidige relatie kwam daar nog iets bij. Mijn vriendin zei op een gegeven moment: het is vreemd, jij verwacht openheid van anderen, maar zelf laat je vaak niet zien wat er in je omgaat. Niet omdat je iets wilt verbergen, maar omdat je ooit hebt geleerd om gewoon door te gaan. Om sterk te blijven. Om te blijven staan, ook als er niemand was om op terug te vallen.


Dat werkt jarenlang. Totdat je merkt dat het voelt alsof je een bal onder water drukt. Hoe harder je duwt, hoe meer spanning er komt. Je denkt dat het gevaarlijk is om die bal los te laten, omdat hij misschien alles overspoelt. Dat je geen richting meer hebt als je toelaat wat je voelt. Dat het je omver kan trekken.


Maar het tegenovergestelde gebeurt. Als je toestaat wat je lang hebt vastgehouden, komt er ruimte vrij. Je valt niet om, je verliest niet je richting. Wat verdwijnt is vooral de spanning van het onderdrukken. Wat ontstaat, is helderheid. Verbinding. Rust. Veel mensen houden hun hele leven dingen verborgen omdat ze bang zijn voor dat moment. En dat is zonde, want precies daar begint vaak echte beweging.


Ik zie nu hoe deze patronen niet alleen relaties raken, maar ook vriendschappen, werk en dagelijkse situaties. Overal waar je merkt dat je overtuigt, trekt, duwt of vasthoudt, ligt vaak een oud systeem onder dat gezien wil worden.


Als je jezelf hierin herkent, weet dan dat dit geen karakterfout is, maar een systemische beweging. En die kun je onderzoeken. Een familieopstelling maakt zichtbaar waar het begonnen is, wat je draagt dat niet van jou is en wat je mag teruggeven. Dat kan online, één-op-één vanuit je eigen huis, in onze praktijkruimte aan het Arsenaal 17A in Den Helder, of tijdens een opstellingsdag.


Inzicht brengt rust. Rust brengt ruimte. En ruimte brengt verbinding terug, zowel met jezelf als met de mensen die belangrijk voor je zijn.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
stressed out team small_edited.jpg

Deel 2 – Eerste verkenning van het team (10.10 – 10.40u)

 

In dit onderdeel gaan we het team als geheel in beeld brengen. Niet door erover te praten, maar door het zichtbaar en voelbaar te maken. Dat doen we met een eenvoudige oefening waarbij iedereen letterlijk een plek inneemt in de ruimte.

Ik nodig jullie uit om op te staan en intuïtief te gaan staan op de plek die voor jou klopt binnen dit team. Er is geen goede of foute plek. Het gaat niet om hoe het hoort, maar om hoe het nu voelt. Sommige mensen staan dichtbij anderen, sommigen juist wat verder weg. Dat zegt niets over betrokkenheid of inzet, maar wel iets over hoe de samenwerking wordt ervaren.

Als iedereen staat, neem ik een paar momenten om te laten kijken. Wat valt je op als je om je heen kijkt? Sta je ontspannen of juist gespannen? Is er iemand waar je automatisch naar toe beweegt of juist afstand van houdt? We benoemen alleen wat zichtbaar is, zonder interpretatie of oordeel.

 

Vervolgens stel ik een paar simpele vragen aan enkele deelnemers, zoals: hoe is het voor je om hier te staan? Wat merk je in je lijf? Waar gaat je aandacht naartoe? Het gaat niet om lange verhalen, maar om korte waarnemingen. Vaak komt er al veel informatie vrij zonder dat iemand iets hoeft uit te leggen.

Daarna leg ik een paar ankers in de ruimte die symbool staan voor herkenbare thema’s, zoals werkdruk, verantwoordelijkheid, plezier of het gezamenlijke doel. Iedereen mag zich één keer verplaatsen naar het thema dat op dit moment het meest voelbaar is in zijn of haar werk. Ook hier geldt: volgen wat klopt, niet wat logisch klinkt.

 

Aan het einde van dit deel kijken we samen naar het geheel. Wat wordt hier zichtbaar? Wat herkennen jullie hierin? Zonder analyse, zonder oplossingen. Dit is nog geen moment om iets te fixen. Het is een eerste verkenning, bedoeld om het team als systeem te laten spreken.

We sluiten dit onderdeel af met één korte check-in ronde. Iedereen maakt één zin af: “Wat ik nu al zie of voel in dit team is…” Dat is genoeg voor nu.

body-language-workplace.jpg

Deel 3 – De teamopgave zichtbaar maken (10.40 – 11.30u)

 

In dit deel gaan we dieper kijken naar een concrete situatie uit jullie dagelijkse praktijk. We kiezen samen één teamopgave die herkenbaar is en die energie kost. Dat kan iets zijn wat steeds terugkomt, zoals werkdruk, overdracht, onderlinge spanning, onduidelijkheid over verantwoordelijkheden of een situatie waarin het team vastloopt zonder precies te weten waarom.

 

We nemen de tijd om die situatie kort te benoemen, zonder uitgebreide uitleg of discussie. Het gaat niet om het hele verhaal, maar om de kern. Vervolgens zetten we deze teamopgave letterlijk neer in de ruimte. Dat doen we met mensen, met poppetjes of met grondankers, afhankelijk van wat past bij de groep.

Ik nodig iemand uit om de situatie zo neer te zetten zoals die nu wordt ervaren. Wie of wat hoort erbij? Waar staat het team? Waar staat de druk? Waar staat het gezamenlijke doel? En misschien ook: wat ontbreekt er eigenlijk? Terwijl dit gebeurt, kijken de anderen mee. Niet om te beoordelen, maar om waar te nemen.

 

Als de opstelling staat, nemen we de tijd om te voelen wat er gebeurt. Mensen die een plek innemen, worden gevraagd hoe het daar is. Niet waarom, niet verklarend, maar simpelweg: hoe voelt deze plek? Wat merk je in je lijf? Waar gaat je aandacht naartoe? Vaak wordt hier al zichtbaar wie veel draagt, wie op afstand staat, of waar spanning vastzit.

Wanneer het duidelijk wordt dat iemand structureel meer verantwoordelijkheid draagt dan past, of ergens klem staat, benoemen we dat zorgvuldig. Niet als probleem, maar als signaal. We erkennen wat er al die tijd is gedaan voor het team. Dat moment is belangrijk, omdat erkenning vaak de eerste beweging naar verandering is.

 

Daarna kijken we samen of kleine verschuivingen mogelijk zijn. Soms is dat letterlijk één stap opzij, soms iemand die steun erbij krijgt, soms het gezamenlijke doel dat een andere plek krijgt. We testen wat meer lucht geeft en wat juist spanning oplevert. Het team ziet en voelt direct wat wel en niet klopt.

We sluiten dit deel af door de beweging te vertalen naar de praktijk. Wat zegt deze opstelling over hoe jullie samenwerken? Wat vraagt dit van het team als geheel, en niet van één persoon? We benoemen nog geen oplossingen in detail, maar halen er wel één of twee duidelijke inzichten uit die mee kunnen naar het volgende deel.

Dit onderdeel draait niet om oplossen, maar om begrijpen. Begrip brengt rust. En vanuit rust ontstaat ruimte voor andere keuzes.

5d5d2aaccd978412d40162a2_edited.jpg

Deel 4 – Gezamenlijke duiding en terugleggen in het team (11.30 – 12.00u)

 

In dit deel nemen we bewust wat afstand van de opstelling en kijken we samen naar wat er zichtbaar is geworden. Niet om het te analyseren of te bespreken wie wat anders moet doen, maar om betekenis te geven aan wat het team zojuist heeft gezien en ervaren.

Ik nodig iedereen uit om te benoemen wat hem of haar is opgevallen. Dat kan iets kleins zijn: een plek die ongemakkelijk voelde, een inzicht dat binnenkwam, of het besef dat bepaalde spanningen niet persoonlijk zijn maar voortkomen uit het geheel. We houden het kort en concreet. Geen discussies, geen onderbrekingen. Gewoon luisteren.

 

Vervolgens staan we stil bij wat er lange tijd is gedragen binnen dit team. Vaak wordt in een opstelling zichtbaar dat één of meerdere mensen structureel extra verantwoordelijkheid op zich hebben genomen, soms uit betrokkenheid, soms uit loyaliteit, soms omdat het vanzelf zo is gegroeid. Dat benoemen we hardop en we erkennen dat dit het team heeft geholpen om te blijven functioneren. Zonder oordeel, zonder terugwerkende kracht.

 

Daarna maken we een gezamenlijke beweging. Wat tot nu toe bij één of enkele mensen lag, leggen we symbolisch terug bij het team. Dat kan door letterlijk een stap naar voren te zetten, door met elkaar een korte zin uit te spreken, of door een voorwerp of anker dat symbool stond voor draaglast samen te bekijken. Het gaat niet om het ritueel, maar om het gevoel: dit hoort niet meer bij één persoon alleen.

 

Op dat moment nodig ik het team uit om één gezamenlijke uitspraak te doen, bijvoorbeeld dat verantwoordelijkheid voortaan gedeeld wordt, of dat het team bewuster wil omgaan met grenzen en verwachtingen. Niet groots, niet belovend, maar realistisch en haalbaar.

We sluiten dit deel af met een korte reflectie. Iedereen maakt voor zichzelf af: wat neem ik hieruit mee in mijn dagelijkse werk? Dat hoeft niet uitgesproken te worden, maar mag wel. Het gaat erom dat ieder voor zichzelf een eerste innerlijke beweging maakt.

 

Dit deel zorgt ervoor dat het team niet uiteenvalt na de opstelling, maar juist weer samenkomt. Wat zichtbaar werd, krijgt bedding. Wat geraakt werd, wordt gedragen. Zo ontstaat een stevig fundament voor het laatste deel, waarin we de vertaalslag maken naar de praktijk.

team-building-for-healthcare-professionals-1_edited.jpg

Deel 5 – Vertaling naar de werkvloer & afronding (12.00 – 12.30)

In dit laatste deel maken we de beweging van inzicht naar de dagelijkse praktijk. Niet door een lange actielijst te maken, maar door samen te kijken wat dit team nu écht nodig heeft om anders te gaan werken.

We beginnen met één eenvoudige vraag: wat vraagt dit inzicht van ons in het dagelijks samenwerken? Niet van één persoon, maar van het team als geheel. Vaak wordt hier al duidelijk dat het niet gaat om meer inzet, maar om andere afspraken, duidelijkere grenzen of eerder uitspreken wat schuurt.

 

We begeleiden het team om dit terug te brengen naar maximaal twee concrete afspraken. Afspraken die haalbaar zijn binnen de werkdruk die er nu is. Geen voornemens voor over drie maanden, maar iets wat morgen of deze week al anders kan. Bijvoorbeeld hoe overdrachten worden gedaan, hoe verantwoordelijkheden worden verdeeld, of hoe signalen van overbelasting eerder bespreekbaar worden gemaakt.

 

Daarna kijken we kort naar ieders eigen plek. Ik nodig iedereen uit om voor zichzelf te benoemen wat hij of zij kan doen om op die plek te blijven staan. Dat hoeft niet gedeeld te worden, maar mag wel. Het gaat erom dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheid voelt, zonder het team weer te willen dragen.

 

We sluiten af met een gezamenlijke check-out. Iedereen maakt één zin af, zoals: wat neem ik mee uit deze ochtend, of wat helpt mij om anders samen te werken. Dit zorgt voor afronding en maakt dat mensen niet “open” vertrekken.

Tot slot benoem ik wat belangrijk is voor na vandaag. Inzichten hebben tijd nodig om te landen. Het is normaal dat oude patronen zich nog laten zien. Het verschil zit erin dat ze nu herkend worden. Dat maakt dat het team elkaar kan blijven aanspreken zonder verwijt en zonder spanning op te bouwen.

 

We ronden af met de uitnodiging om dit gesprek levend te houden. Niet door alles te willen oplossen, maar door af en toe samen stil te staan bij hoe het team ervoor staat.

Zo eindigt deze sessie niet als een los moment, maar als een duidelijke stap richting een andere manier van samenwerken.

bottom of page